Dit mossel-noch-vis-beleid zorgt ervoor dat de overheid een erg dubbelzinnig signaal uitstuurt: cannabis is een beetje slecht

Door Björn Anseeuw op 9 december 2016, over deze onderwerpen: Geestelijke gezondheid

Het is niet aan de hand van een vals dilemma dat we de knoop van het uitdijende drugsprobleem zullen ontwarren. Toch is het net dat wat Econoom Paul De Grauwe, criminoloog Tom Decorte en toxicoloog Jan Tytgat doen in hun nieuwe boek ‘Cannabis onder controle, hoe?’.

Voor hen zijn er blijkbaar twee mogelijkheden: de strijd tegen drugs voortzetten, zoals we dat de voorbije dertig jaar deden, of drugs legaliseren. Het klopt dat we het geweer van schouder moeten veranderen. Maar dat betekent daarom niet dat we de handdoek in de ring moeten gooien. Want dat is net wat we doen als we recreatieve cannabis legaliseren of regulariseren.

Hoe toegankelijker een product is, hoe vaker het wordt gebruikt. Hoe vaker het wordt gebruikt, hoe meer problematische gebruikers er zijn. Menselijke miserie becijferen is niet makkelijk. Maar, uit het SOCOST-onderzoek van 2015 blijkt dat het gebruik van legale en illegale drugs ons land jaarlijks 4,62 miljard kost. Meer dan drie kwart van die maatschappelijke kost is te wijten aan alcohol en tabak. Niet toevallig legale drugs: vlot toegankelijk, vaak gebruikt en dus meer problematische gebruikers. Wat historisch is gegroeid, kan je moeilijk terugdraaien. Je kan er wel lessen uit trekken.

Bovendien zouden de wetten van de marketing ook het gebruik en dus misbruik van legale én illegale recreatieve cannabis genadeloos doen pieken. Want vergis je niet: legale cannabis zal illegale cannabis nooit uit de markt prijzen.

Nederland voert medicinale cannabis (om te roken) in uit Italië. Kostprijs: 35 euro per gram. Een veelvoud van wat illegale cannabis er kost. Logisch ook: het hele controlesysteem kost geld en wordt vanzelfsprekend doorgerekend in de prijs. Door cannabis te legaliseren, neemt het gebruik toe. Hierdoor zullen veelgebruikers uiteindelijk voor de goedkopere en dus illegale variant kiezen. En daarmee geef je ook de drugscriminaliteit een boost. Terwijl je dat net wil vermijden.

Het cannabisbeleid van de voorbije drie decennia was een typisch Belgisch compromis: een harde aanpak van de productie en handel in (hard)drugs met een gedoogbeleid voor het bezit van cannabis, op voorwaarde dat het slechts om een beperkte hoeveelheid gaat. Dit mossel-noch-vis-beleid zorgt ervoor dat de overheid een erg dubbelzinnig signaal uitstuurt: cannabis is een beetje slecht. En dat terwijl cannabis roken, vanaf de eerste joint, even risicovol is als een rondje Russische roulette. Dat blijkt uit een langlopend onderzoek van King’s College of London uit 2015: bijna een kwart van de gevallen van psychose houdt verband met het roken van krachtige cannabis of ‘skunk’. Het risico op een psychose is drie keer hoger bij gebruikers van ‘skunk’ dan bij mensen die niet blowen. Bij dagelijkse gebruikers is dat risico zelfs vijf keer groter. In dit licht is het Belgische compromis van de voorbije dertig jaar ronduit onverantwoord.

Het is overigens erg vreemd dat de heren De Grauwe, Tytgat en Decorte het gedoogbeleid van Nederland als voorbeeld nemen om de drempel naar gebruik en misbruik door legalisering nog verder te verlagen.

En nog iets: mogelijke inkomsten voor de overheid uit accijnzen op cannabis zijn een erg schrale troost voor de verslaafde die elke dag worstelt met zichzelf en langzaam maar zeker wegglijdt in de ellende. Al nagedacht over de kansen die we duizenden kinderen ontnemen door voor pa of ma het pad naar de miserie nog wat meer te effenen? Voor hen is het accijnsverhaal erg cynisch.

Het alternatief voor zowel het gedoogbeleid als het legaliseren? Geef als overheid een duidelijk signaal dat ook recreatieve cannabis helemaal niet ok is, ook niet een beetje. Voor elke honderd euro die vandaag naar drugbeleid gaat, wordt er slechts één euro in preventie geïnvesteerd. Dat laatste mag flink wat meer zijn. Voorkomen is ook hier beter dan genezen. Een efficiënt drugbeleid bestaat uit een sterk preventief luik, een goed uitgebouwd behandelaanbod en een repressief luik dat tot doel heeft gebruikers toe te leiden (inspelen op de vraag) naar de hulpverlening en producenten en dealers keihard aan te pakken (inspelen op het aanbod).

Een consequent drugbeleid is geen boekhoudkundige aangelegenheid. Het moet er niet op gericht zijn de staatskas te vullen met accijnzen. Een consequent drugbeleid moet de ellende aan de bron aanpakken, uit mededogen voor onze medemens. Omdat we hem en haar, zijn en haar kinderen, alle kansen willen geven op een fijn leven.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is