KBZB zou beter zelf ook eens kijken in de eigen achtertuin

Door Björn Anseeuw op 16 april 2016, over deze onderwerpen: Jeugd, Jongeren, Sport

De KBZB (Koninklijke Belgische Zwembond) reageerde bij monde van secretaris-generaal Wouter Georges op de kritiek op de beslissing om geen gemengde waterpoloploegen meer toe te laten. Björn Anseeuw, Vlaams parlementslid (N-VA) en nauw betrokken bij het dossier, weerlegt de reactie en blijft bij zijn stelling: deze beslissing moet terug gedraaid worden.

Anseeuw: “Waar de KBZB mij verwijt te kijken naar m’n eigen Vlaamse achtertuin, roep ik op mijn beurt de KBZB op om zelf eens te kijken in de achtertuin. Het klopt dat het de KBZB vrij staat om dit absurde verbod van gemengde jeugdcompetities in te voeren. Dat is het punt niet.  Het punt is dat het de KBZB ook vrij staat om dat verbod net niet op te leggen en die meisjes hun kans op sporten niet te ontzeggen.”

Nu kunnen meer dan 170 waterpolospeelsters hun geliefkoosde sport niet langer uitoefenen. Anseeuw: “Die jonge speelsters laatdunkend benoemen als een achtertuin, bevestigt trouwens  nogmaals dat de KBZB de sporters zelf niet voorop stelt.  Dat lijkt me erg vreemd vanuit een sportfederatie.”

KBZB maakt een onzinnige vergelijking tussen de Belgische jeugdcompetitie en een Wereldkampioenschap.  Die vergelijking gaat eenvoudigweg niet op.  Anseeuw: “Vergelijk jeugdcompetities in eigen land met elkaar.  Hier kunnen jongeren wel reglementair spelen in gemengde jeugdcompetities van bijvoorbeeld voetbal.  Het stoot me geweldig tegen de borst dat men blijft suggeren dat meisjes tijdens wedstrijden vandaag onder water worden bepoteld door jongens.  Dat is  nonsens want er is geen probleem op dat vlak.  Die beschuldiging is bovendien respectloos t.a.v. alle jongens die waterpolo spelen.”

Secretaris-generaal Wouter Georges verwijst naar een ‘collegiale beslissing’. Maar de twee Vlaamse vertegenwoordigers hebben zich tegen dit verbod verzet; in tegenstelling tot de twee vertegenwoordigers van de Franstalige zwemfederatie.  Het volstaat dus dat de heer Louwagie z’n zienswijze bijstelt en kiest voor die meisjes die willen verder sporten.  Anseeuw: “Wanneer ik in mijn opiniestuk de rol van de heer Louwagie aanhaal is dat in de eerste plaats om de discrepantie aan te duiden tussen zijn houding t.a.v gemengd sporten bij de voetbaljeugd enerzijds en bij de waterpolojeugd anderzijds.  Bij deze dan ook een warme oproep aan de heer Louwagie om een positieve keuze te maken voor de meisjes die ook na hun twaalfde willen doorgaan met waterpolo.  Zijn stem was en is doorslaggevend!”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is